Niveau Blauw

  1. Eenvoudige wegkeuzes maken: de efficiëntste manier zoeken om naar een post te gaan. Een keuze maken: volg ik de weg? volg ik een ander lijnkenmerk? Steek ik door?
  2. Navigatie vereenvoudigen mbv aanvalspunten en opvallende terreinkenmerken: een opvallend punt in de nabijheid van een post of verbindingsstuk bepalen waarop je je richt zodat je vlotter kan lopen met minder kaartcontact. Niet elk detail moet je gezien hebben, maar wel de opvallende terreinkenmerken.
  3. Afstanden inschatten (passen tellen): kennis van de schaal, vb. schaal 1/10.000, 1cm op de kaart= 10.000 cm of 100m in werkelijkheid. Obv ervaring of obv passen tellen een bepaalde afstand kunnen inschatten.
  4. Kompas/azimutlopen: met een kompas kunnen werken. Een richting instellen op kompas en deze richting mbv kompas kunnen aanhouden.
  5. Lopend kaartlezen op de paden: de kaart kunnen lezen terwijl je loopt langs wegen en paden.
  6. Hoeken afsnijden: een kruispunt kunnen herkennen om op korte afstand te kunnen doorsteken zonder kompas.
  7. Postenbeschrijving niveau 1: kennis van de vaak voorkomende hoofdbeschrijvingen in kolom D. 
  8. Kennis van alle kaartsymbolen.