Niveau Rood

  1. Begrijpen van hoogtelijnen: hoogtelijnen kunnen lezen op de kaart en deze in werkelijkheid kunnen zien. Navigeren mbv. heuvels, inlopers, uitlopers. Inzicht hebben, moet ik omhoog of omlaag.
  2. Relocatietechnieken: obv. zoveel mogelijk herkenningspunten uw positie kunnen bepalen. Op dit niveau is het niet meer mogelijk om terug te gaan van waar je komt. Tips: kalmte behouden, kaart perfect naar het Noorden leggen, wat heb ik gedaan of wat denk je dat je gedaan hebt?, waar zou ik kunnen staan, niet ronddwalen, naar 1 richting gaan, maar opletten dat je niet van de kaart loopt, probeer je te baseren op eenduidigere herkenningspunten. Bv. hoogtelijnen zijn eenduidiger dan vb. put die al dan niet getekend is.     
  3. Ruw oriënteren mbv. opvallende terreinkenmerken: niet alle details moet je gezien hebben, een richting lopen naar iets dat je niet kan missen= stoplijn of aanvalspunt vanwaar je nadien de post kan aanvallen. Dit wordt meestal op langere benen gebruikt. De snelheid is hier hoger.
  4. Fijn oriënteren van aanvalspunt naar post: snelheid minderen om meer details te kunnen zien. Wordt ook op korte benen gebruikt.
  5. Kennis van alle postenbeschrijvingen
  6. Lopend kaartlezen in het bos: de kaart kunnen lezen terwijl je in het bos loopt
  7. Vooruit denken: niet stilstaan bij een post. Na inleggen direct vertrekken naar de volgende post. Als je aan post X aankomt, moet je wegkeuze naar post X+1 al vastgelegd zijn.